Gelukkig - we hebben de reis door IJsland overleefd! Geen aardbevingen en ook de vulkanen hebben zich gedeisd gehouden. Bij deze maar een klein reisverslag van onze belevenissen in het land van de 3 W’s: Wind, Water en Worst. De eerste twee zullen nog wel uit de foto’s blijken; de W van Worst was voor mij een grote verrassing. Hét IJslandse gerecht bleek niet vis of lam te zijn, maar een ordinaire hotdog, ook wel ‘pylsar’ genoemd. Natuurlijk was ik daar niet vies van! (En nog fijn voor de portemonee ook.)
De W van water dan. Zoals bijvoorbeeld de vele watervallen (Foss in IJslands) met als gigant Gulfoss.
En de spectaculaire geiser Strokkur.
Een eenzaam kerkje onderweg. Een typisch IJslands beeld.
Þingvellir.
On the road picture.
Het strand van dé grootste plaats in Zuid-IJsland: Vic (1500 inwoners). Echt wel de place to be.
Kleffe hap. (Nee. Geen huwelijksaanzoek.)
Nog eentje dan, omdat Vic zo mooi was.
Watervalletje op weg naar National Park Skaftafell, wat aan het einde van de wereld ligt.
Jökulsarlon. Een gletsjermeer aan de voet van de enorme Vatnajökull gletsjer. Prachtig.
Na een tijdje (soms jaren) drijven de ijsbergen naar zee en eindigen dan vaak op het strand.
Het waait en regent er wel hard. Lastig zo’n poncho!
Dan nog maar eens een waterval. Deze heet toepasselijk Swartifoss.
En dan op de laatste dag natuurlijk relaxen in de Blue Lagoon. Een briljant natuurbad, waar je in restwater van een geothermische installatie kunt dobberen.
Aan dat geothermische water kleven overigens ook wat nadelen. Het is natuurlijk geweldig dat heel Reykjavik op deze groene energie wordt gestookt, maar douchen in rotte-eieren-lucht is echt niet prettig.
Ook erg jammer was onze whale-sighting-trip van 3 uur waar wij precies 0 vissen waarnamen. Voor het gemak hadden de PR-mensen dolfijnen ook maar vast tot de walvisachtigen gerekend, zodat onze kansen op een sighting flink stegen, maar het mocht niet baten. Gelukkig mogen we het komend jaar nog opnieuw mee op een gratis, nieuwe tocht. Voor wie nog wil nog gaan - kaartjes zijn bij mij op te halen.
Daarentegen was ik zo blij als een kind met het zien van de grappige papegaaiduikers - je kent ze wel. Dit diertje is het symbool van IJsland, maar ik zag op de verschillende menukaarten, dat ze net zo populair zijn als de pylsars. Raar volk die IJslanders.
Kan ik verder nog opmerken dat het in IJsland rond deze tijd nooit donker wordt en dat zoiets erg verkwikkend kan werken. Een Philips Wake-Up light is er niks bij. Dus kunnen wij nu weer verkwikt aan het werk. Hoera.